Gemeente moet gegevens verstrekken op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB)


Inhoudsindicatie:

Gegevensverstrekking op de voet van Artikel 40 Wet WOZ en de WOB. Eiser vecht de modelmatige WOZ-waardering van de heffingsambtenaar aan en vraagt heeft met een beroep op de WOB informatie opgevraagd bij verweerder. Voor zover eiser ficale informatie heeft gevraagd die valt onder het bereik van de bijzondere regeling van artikel 40 van de Wet WOZ heeft verweerder voldoende informatie verstrekt. Voor zover eiser informatie heeft gevraagd die valt onder het bereik van de algemene regeling van de WOB is de weigering gegevens te verstrekken onrechtmatig.

De rechtbank verklaart het beroep gegrond.


Uitspraak
RECHTBANK ZUTPHEN  
Sector Bestuursrecht
Meervoudige kamer

Reg.nr.: 10/1080 WOB

Uitspraak in het geding tussen:

[eiser]
te Apeldoorn,
eiser,

en

het hoofd van de afdeling Financiën en Belastingen van de gemeente Apeldoorn
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 8 april 2010 heeft verweerder het verzoek van eiser om verstrekking van gegevens betreffende de waardering van zijn woning met toepassing van artikel 40 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) afgewezen. Bij besluit van 18 mei 2010 heeft verweerder het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
 
Eiser heeft beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden. Eiser heeft bij brief van 21 april 2011 een reactie ingediend, waarop verweerder heeft gereageerd bij brief van 16 augustus 2011.
 
Het beroep is behandeld ter zitting van de enkelvoudige kamer van 1 september 2011, waar eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.J. Boone.
 Ter zitting is het onderzoek geschorst ten einde verweerder in de gelegenheid te stellen een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen en het verzoek van eiser tevens te toetsen aan de Wet openbaarheid van bestuur (WOB). Bij besluit van 5 oktober 2011 heeft verweerder opnieuw beslist op eisers bezwaar. Bij brieven van 28 oktober 2011 en 26 maart 2012 heeft eiser tegen dat besluit beroepsgronden voorgedragen. Bij brief van 3 mei 2012 heeft verweerder een reactie ingediend, waarop eiser heeft gereageerd bij brief van 6 mei 2012.
 De zaak is vervolgens verwezen naar de meervoudige kamer van de rechtbank.

De behandeling van het beroep is voortgezet ter zitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 14 mei 2012, waar eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.J. Boone, vergezeld van W. Jansen (taxateur) en G.J. van Holland.
 

2. Overwegingen

2.1 Bij besluit van 5 oktober 2011 heeft verweerder opnieuw beslist op eisers bezwaar. Met inachtneming van artikel 6:18, eerste lid, en 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is het beroep van eiser mede gericht tegen dit besluit.
 
2.2 Ingevolge artikel 1, aan hef en onder a, van de WOB wordt onder document verstaan: een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat.
 
Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de WOB kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan.
 
Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de WOB verstrekt het bestuursorgaan de informatie met betrekking tot de documenten die de verlangde informatie bevatten door:
 a. kopie ervan te geven of de letterlijke inhoud ervan in andere vorm te verstrekken,
 b. kennisneming van de inhoud toe te staan,
c. een uittreksel of een samenvatting van de inhoud te geven, of
d. inlichtingen daaruit te verschaffen.
Ingevolge artikel 7, tweede lid, van de WOB verstrekt het bestuursorgaan de informatie in de door de verzoeker verzochte vorm, tenzij:
 a. het verstrekken van de informatie in die vorm redelijkerwijs niet gevergd kan worden;
 b. de informatie reeds in een andere, voor de verzoeker gemakkelijk toegankelijke vorm voor het publiek beschikbaar is.
 
Ingevolge artikel 40, eerste lid, van de Wet WOZ kan op verzoek het waardegegeven van een bepaalde onroerende zaak door de in artikel 1, tweede lid, bedoelde gemeenteambtenaar worden verstrekt aan een ieder die kan aantonen uit hoofde van de belastingheffing te zijnen aanzien een gerechtvaardigd belang te hebben bij de verkrijging daarvan.
 Ingevolge artikel 40, tweede lid, van de Wet WOZ verstrekt de in artikel 1, tweede lid, bedoelde gemeenteambtenaar uitsluitend aan degene te wiens aanzien een beschikking is genomen, op verzoek een afschrift van de gegevens die ten grondslag liggen aan de vastgestelde waarde.
 
2.3 Eiser heeft bij brieven van 8 en 22 maart 2010 verzocht om verstrekking van alle gegevens die ten grondslag liggen aan de krachtens de Wet WOZ vastgestelde waarde van zijn woning. Meer in het bijzonder heeft eiser gevraagd om de volgende informatie:
 1. gegevens betreffende het marktsegment van eisers woning;
2. verkoopdata van alle in de periode 2007 t/m 2009 in dat marktsegment verkochte woningen (adres, prijs, kadasterdatum), zoals die in het waarderingsproces zijn betrokken;
 3. relevante kenmerken van die verkochte woningen, zoals adres, objectkenmerken, de waarderingsmodel-waarden peildata 01/01/2008 en 01/01/2009 en de WOZ-waarden peildata 01/01/2008 en 01/01/2009;
 4. het waarderingsmodel (WOZ-waarde als functie van objectkenmerken, waaronder perceeloppervlak) en de kengetallen van het model, die uiteindelijk gebruikt zijn voor de berekening van de WOZ-waarde van eisers woning en die van alle andere woningen in hetzelfde marktsegment.
 
2.4 Verweerder heeft bij het bestreden besluit van 5 oktober 2011 een beschrijving gegeven van het marktsegment van eisers woning. Voor de verkoopprijzen en verkoopdata van woningen heeft verweerder eiser verwezen naar het Kadaster. Voorts heeft verweerder naar voren gebracht dat de WOZ-waarden van woningen onder het bereik van artikel 40 van de Wet WOZ vallen en op grond van die bepaling niet kunnen worden verstrekt aan eiser. Ten slotte heeft verweerder bij het in beroep bestreden besluit overwogen dat in de gemeente Apeldoorn waardebepaling krachtens de Wet WOZ plaatsvindt met behulp van een modelmatige waardebepaling in de vorm van een taxatiemodel, waarover geen informatie voorhanden is in een document. Met verwijzing naar artikel 3 van de WOB stelt verweerder zich daarbij op het standpunt dat het taxatiemodel niet een document is dat op grond van de WOB verstrekt moet worden.
 
2.5 Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder ten onrechte niet alle door hem gevraagde gegevens heeft verstrekt.
 
2.6 De rechtbank stelt voorop dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) bij uitspraak van 17 september 2003 (LJN: AK4040) heeft geoordeeld dat – kort gezegd – de WOB als algemene openbaarmakingsregeling wijkt voor bijzondere openbaarmakingsregelingen met een uitputtend karakter, zoals artikel 40 van de Wet WOZ. Uit die uitspraak volgt verder dat, voor zover van belang, artikel 40, eerste lid, van de Wet WOZ betrekking heeft op de verstrekking van WOZ-waarden van andere – gelijksoortige – panden dan die van de belastingplichtige, zodat die belastingplichtige de juistheid van de waardevastelling van zijn onroerende zaak kan controleren. Voorts heeft de Afdeling bij uitspraak van 11 augustus 2004 (LJN: AQ6645) overwogen dat artikel 40, tweede lid, van de Wet WOZ betrekking heeft op de gegevens die direct verband houden met de krachtens de Wet WOZ vastgestelde waarde, waarbij de wetgever nadrukkelijk het aan die
 WOZ-waarde ten grondslag liggende taxatierapport heeft genoemd.

2.7 Niet langer in geschil is dat verweerder voldoende gegevens heeft verstrekt over het segment van eisers woning.
 
2.8 Voor zover eiser heeft verzocht om verstrekking van de verkoopgegevens van alle verkochte woningen in zijn segment in de periode 2007 tot en met 2009, overweegt de rechtbank dat deze gegevens niet vallen onder het bereik van artikel 40 van de Wet WOZ. Niettemin behoefde verweerder die gegevens naar het oordeel van de rechtbank niet op grond van de algemene openbaarmakingsregeling van de WOB te verstrekken. Verweerder heeft terecht gesteld dat die gegevens berusten bij het Kadaster en dat eiser die specifieke gegevens daar dient op te vragen. Naar vaste jurisprudentie (zie reeds de uitspraak van de Afdeling van 30 maart 1984 (LJN: AN1272) mist de WOB toepassing in geval van een verzoek om verstrekking van kadastrale gegevens. Dat eiser, zoals door hem aangevoerd, moet betalen voor de verkrijging van gegevens uit het kadaster, noopt niet tot een ander oordeel.
 
2.9 Voor zover eiser heeft verzocht om verstrekking van de modelmatig berekende WOZ-waarden en de vastgestelde WOZ-waarden van alle verkochte woningen in zijn segment met als waardepeildata 1 januari 2008 en 1 januari 2009, inclusief de relevante objectkenmerken voor zover van belang voor de waardering krachtens de Wet WOZ, overweegt de rechtbank dat deze gegevens vallen onder het bereik van artikel 40 van de Wet WOZ. De rechtbank stelt vast dat verweerder in het kader van eisers WOZ-procedure voor het belastingjaar 2010 (waardepeildatum 1 januari 2009) op de voet van artikel 40, eerste lid, van de Wet WOZ de WOZ-waarden van een aantal andere woningen heeft verstrekt aan eiser, waarmee hij de vastgestelde waarde van zijn woning kan vergelijken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de verstrekking van nog meer WOZ-waarden kunnen weigeren. Dat eiser, die in het kader van de WOZ-waardering een regressieanalyse via een statistische methode voorstaat, naast de controle op een juiste vaststelling van de waarde van zijn woning, wil aantonen dat de door verweerder gebruikte methode van WOZ-waardering in zijn algemeenheid niet deugt, levert geen zelfstandig fiscaal belang op dat noopt tot verstrekking van de door eiser gevraagde belastinggegevens. Met verwijzing naar de uitspraak van het Hof ’s-Hertogenbosch van 4 november 2011 (LJN: BV2177) overweegt de rechtbank dat uit artikel 40 van de Wet WOZ noch uit de toelichting daarop volgt dat de verplichting tot gegevensverstrekking zo ruim moet worden uitgelegd als eiser voorstaat.
 
2.10 Voor zover eiser heeft verzocht om verstrekking van gegevens over het door verweerder gebruikte waarderingsmodel en de daarbij gebruikte algemene kengetallen, overweegt de rechtbank dat niet in geschil is dat op de verstrekking van deze gegevens de algemene openbaarmakingsregeling van de WOB van toepassing is. Dat de gegevens zijn opgenomen in een elektronisch document maakt niet dat verweerder, anders dan hij heeft overwogen, deze gegevens niet aan eiser heeft hoeven verstrekken. De rechtbank verwijst daarbij naar vaste jurisprudentie van de Afdeling, waarbij is geoordeeld dat de WOB ook van toepassing is op geautomatiseerde gegevensbestanden (uitspraken van onder meer 12 oktober 2005 (LJN: AU4157) en 15 maart 2006 (LJN: AV5076)). De – bij het besluit van 5 oktober 2011 – gehandhaafde weigering om aan eiser gegevens te verstrekken is naar het oordeel van de rechtbank – evenals het besluit van 18 mei 2010 – daarom onvoldoende gemotiveerd. Het beroep van eiser is gegrond. De rechtbank vernietigt evenvermelde besluiten en draagt verweerder op opnieuw te beslissen op het bezwaar van eiser met inachtneming van deze uitspraak. Met het oog op een finale geschilbeslechting overweegt de rechtbank daar bij het volgende ten overvloede.
 
2.10.1 Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank vast dat verweerder bij de waardering krachtens de Wet WOZ gebruik maakt van de waarderingsapplicatie Ortax van de firma Ortec, waarbij modelmatig een WOZ-waarde wordt bepaald. Deze met de computer berekende waarde wordt – zonodig – door de taxateur van de gemeente gecorrigeerd. In het rapport van 7 februari 2012 van de nationale ombudsman (nr. 2012/016, p. 13, www.nationaleombudsman.nl) is, naar aanleiding van klachten over de transparantie van de WOZ-waardering door de gemeente ’s-Hertogenbosch, die ook gebruik maakt van Ortax, over deze vorm van WOZ-waardering het volgende vermeld: “Het is redelijkerwijs niet mogelijk standaard exacte informatie te verschaffen over het complete waarderingsproces, met een beschrijving van alle stappen en de rol van alle
 participanten in het proces. Daarvoor is het te veel omvattend en is het tijdsbeslag te groot”.
 
Ter zitting heeft verweerder aangeboden aan eiser, die naar eigen zeggen op de hoogte is van het door verweerder gebruikte model, een met behulp van Ortax berekende waarde van zijn woning te verstrekken, als gebaseerd op regressieanalyse en met inbegrip van de bètacoëfficiënten. Mede gelet op het bepaalde in artikel 7, tweede lid, aanhef en onder a, van de WOB mag verweerder naar het oordeel van de rechtbank met die wijze van verstrekking van de gegevens volstaan.
 
2.11 Het beroep is gegrond. Niet is gebleken dat eiser proceskosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
 
3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten van 18 mei 2010 en 5 oktober 2011;
- draagt verweerder op binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
 - bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 150 aan eiser vergoedt.
 
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.H.T. Rademaker, voorzitter, en mr. E.J.J.M. Weyers en
 mr. S.E.M. Lichtenberg, leden. De beslissing is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2012.

 

Meer informatie |  WOZ bezwaar | WOZ beroep | Huis gekocht | Aanmelden voor verlaging 

Gratis Aanmelden

Tip een vriend over onze diensten